![]() |
||||
Oude tradities Gehoord op het gildencongres 1. Wipschieten In praktisch alle gilden kent men de term ‘wipschieten'. Sommige gilden, vooral Belgische handbooggilden, bekwamen zich hierin door van het wipschieten hun alledaagse discipline te maken. In andere gilden, zoals de kruisbooggilden, wordt slechts op de wip geschoten bij hun drie –of zesjaarlijkse koningsschieting.
Romeinse krijgers met standaard waarop een adelaar Beide culturen aan-schouwden de vogel, en dan wel specifiek de adelaar, als bindmiddel met de goden. Vogels vlogen immers door het luchtruim hetwelk zich bevond tussen hemel en aarde. Door het afschieten van de vogel van de wip, bracht men deze dichter bij de mensheid. Alzo trachtte men in de gunst en nabijheid te komen van de Goden. De drager van de adelaar was meestal een vooraanstaand figuur. Binnen de gilden is dit gebruik door de eeuwen heen in stand gebleven. Ook in de middeleeuwen waren de meeste koningen van de gilden vooraanstaande mensen, zoals de gevestigde graven of hertogen. De Koningsschieting vindt ook vandaag nog steeds plaats op deze eeuwenoude manier. De afgeschoten, houten vogel, versierd met bonte pluimen, wordt door hem meegedragen in optochten en is symbool van zijn functie en leidersschap. Ook de hedendaagse koning verdient op die manier nog steeds de gunst van de patroonheilige.
2. Breuk De term breuk vindt zijn oorsprong in de heraldiek of wapenkunde. In de middeleeuwen had ieder familiegeslacht een wapen waardoor zij kenbaar werden voor de buitenwereld, een soort naamkaartje. Het wapen werd oorspronkelijk geschilderd op het schild van de krijger. Felle kleuren met sprekende figuren en symbolen duidden de identiteit van de familie aan. Deze kleuren en figuren werden herhaald op de kledij, harnas en maliënkolder, op zijn vaandel of banier. Door de kinderen van een krijger werden meermaals veranderingen aangebracht in dit oorspronkelijk wapen. Ten gevolge van overwinningen, huwelijken en andere daden werden wapens aangepast. Doordat nazaten zich onderscheidden met daden en veroveringen ‘braken' zij het wapen van hun vader. De meest voorkomende wijzen van ‘breken' van wapens zijn bijvoorbeeld kleurveranderingen en het toevoegen van figuren. Eeuwenlang reeds draagt de Koning van de schuttersgilde de patroonheilige mee onder de vorm van een zilveren schild. Door zijn eigen identiteit toe te voegen aan dit schild ‘brak' hij het wapen van de gilde: hij smukte het gildenwapen op met een zilveren schild, teken van zijn overwinning. Gildenbreuken bloeiden meestal open tot ware kunstschatten. Koningen waren in de middeleeuwen meestal vooraanstaanden zoals de graaf of de hertog. De enkele gevrijwaarde breuken binnen het gildenwezen zijn een waardevolle bron van gegevens. Hun afwerking vertelt ons iets omtrent de rijkdom van de gilde. De meeste koningen gaven ons tevens een afbeelding mee omtrent hun beroep of afkomst Vooraan is de patroonheilige het meest in het oog springend gedeelte. Verder bestaat de breuk uit de verschillende koningsschilden, een zilveren halsketting en het wapen van de stad of gemeente.
|
||||